November/December 2025
Elektrische deelauto wordt door V2G een buurtbatterij
Technisch ecosysteem Utrecht voor energie en mobiliteit
Begin juni is het project Utrecht Energized van start gegaan. Het initiatief ondersteunt een duurzamer, efficiënter energiesysteem in een stad waar 35 procent van de daken al is voorzien van zonnepanelen. Dankzij de V2G-technologie kunnen elektrische voertuigen energie opslaan en tijdens piekperioden terugleveren aan het lokale elektriciteitsnet.
Utrecht is de eerste Europese stad met een volledig operationeel Vehicle to Grid (V2G) ecosysteem waarin deelauto’s met bidirectionele laadtechnologie niet alleen rijden, maar ook het elektriciteitsnet stabiliseren en voeden. Dit project is tot stand gekomen via een samenwerking tussen Renault Group, MyWheels, We Drive Solar en de gemeente Utrecht. Het hart van het systeem is een combinatie van elektrische voertuigen met V2G-technologie, AC-laadinfrastructuur en slimme netintegratie.
Vehicle to Grid, ofwel V2G, is een technologie waar al geruime tijd over wordt gesproken. Maar hoe werkt het nu precies in de praktijk? In een klassiek laadsysteem is de stroomrichting éénzijdig: van het net naar de elektrische auto (EV). Bij V2G verandert dit fundamenteel. Via bidirectionele omvormers kan de energie in het accupakket van een EV ook weer terug het net in worden gestuurd. Dit maakt van elke auto een mobiele energieopslagunit. De technische sleutel is de bidirectionele laadpaal.
In Utrecht gaat het om AC-laadpunten die via een slimme omvormer en besturingseenheid energie kunnen omzetten van DC naar AC en andersom. Renault is een van de partners in dit project. De gebruikte Renault 5 E-Tech electric-modellen zijn uitgerust met een zogeheten Mobilize V2G-module. Deze technologie ondersteunt het ISO 15118-protocol (plug & charge). Dit protocol maakt tweerichtingscommunicatie tussen voertuig en netbeheerder mogelijk. De AC-laders van We Drive Solar zijn voorzien van load balancing en netanalyse. Hierdoor kan het laadschema dynamisch worden afgestemd op de actuele netbelasting.
De technische sleutel van de V2G-technologie is de bidirectionele laadpaal
Waarom AC?
Hoewel bidirectioneel laden technisch ook via DC mogelijk is (zoals bij snelladers), is in dit project gekozen voor openbare AC-laadpunten. De reden is tweevoudig. Ten eerste zijn AC-laders eenvoudiger te integreren in de bestaande openbare infrastructuur. Daarnaast zijn de kosten lager. Dat is volgens de partners in dit project essentieel voor grootschalige uitrol. Het AC-systeem vereist wel dat de bidirectionele omvorming in de auto zelf plaatsvindt. Dat is een technisch redelijk veeleisende stap waarvoor Renault zijn nieuwe E-Tech-platform heeft aangepast.
Ook voor installatiebedrijven heeft deze aanpak gevolgen. Het betekent namelijk dat hun kennis van conventionele AC-laadinfrastructuur niet voldoende is. V2G vereist ook integratie van energiemanagementsystemen, evenals technieken als load forecasting en synchronisatie met netbeheerders (zoals Stedin) om piekbelasting te voorkomen.
Energieopslag
De elektrische deelauto wordt door V2G in feite een buurtbatterij. In Utrecht is gestart met 50 voertuigen, maar de ambitie ligt een stuk hoger, namelijk 500 stuks. Elke auto heeft een accucapaciteit van ongeveer 40 tot 60 kWh, wat betekent dat de totale opslagcapaciteit in de stad op termijn de 25 MWh kan overschrijden. Cruciaal is dat deze capaciteit niet statisch is. De batterij staat immers niet op één plek, maar beweegt mee met de mobiliteitsbehoefte van gebruikers.
De energie die een auto opslaat, is deels afkomstig van zonnepanelen. Utrecht telt pv-panelen op circa 35 procent van de daken. Wanneer het aanbod groter is dan de vraag – bijvoorbeeld in de middag – laden de auto’s op. ’s Avonds, wanneer huishoudens koken en elektrische apparaten gebruiken, kan energie uit de auto’s worden teruggeleverd. Voor installateurs betekent dit dat laadpalen niet alleen stroomafnemers zijn, maar ook leveranciers aan het net. Het dimensioneren van kabels, zekeringen en distributiekasten moet dus worden aangepast op bidirectionele vermogensstromen.
De technische sleutel is de bidirectionele laadpaal
Slimme sturing
Het V2G-systeem staat of valt met slimme sturing. Het genereren van elektrische energie via zonnepanelen fluctueert, de Renaults rijden soms wel, soms niet, en de locatie waar zij geparkeerd staan en dus beschikbaar zijn voor het net is redelijk onvoorspelbaar. De laadpalen in Utrecht zijn daarom uitgerust met communicatie-hardware die real-time data over netstatus, accuniveau en energietarieven verzamelt. Deze data wordt via een centraal energiemanagementsysteem (EMS) geanalyseerd. Het is dit systeem dat bepaalt of een auto moet laden, ontladen of standby moet blijven.
De integratie met dynamische energiecontracten is hierbij essentieel. Hegg (dochterbedrijf van The Sharing Group) levert deze contracten en combineert ze met data van thuisbatterijen via Bliq, een platform van The Sharing Group. Dit maakt een ecosysteem mogelijk waarin zowel thuisaccu’s als autobatterijen inspelen op prijsschommelingen en netcongestie.
Voor installatiebedrijven betekent dit dat laadstations niet meer losstaande voorzieningen zijn, maar knooppunten in een breder energienetwerk. Integratie met domotica, pv-systemen en contractsoftware wordt daarbij dus steeds belangrijker.
Wanneer het elektriciteitsaanbod groter is dan de vraag laden de auto’s op.
Standaardisatie
De samenwerking tussen Renault, MyWheels, We Drive Solar en Stedin laat het belang van standaardisatie zien. V2G-technologie moet voldoen aan interoperabiliteitsnormen zoals ISO 15118-20 (voor V2G) en OCPP 2.0.1 (voor communicatie met laadstations). Voor installateurs betekent dit dat kennis van elektrotechniek alleen, niet genoeg is. Er is ook inzicht nodig in IT-protocollen, cybersecurity en cloud-integratie.
Een voorbeeld: de V2G-toolkit van Renault’s Mobilize Energy is geïntegreerd met het backend-platform van We Drive Solar, dat via OCPP communiceert met de laadpalen. Deze palen sturen hun laadschema’s via MQTT of HTTPS naar een energie-aggregator die beslissingen neemt op basis van netstatus, weersvoorspellingen en marktprijzen.
Hybride opslag
Een ander technisch aspect van het Utrechtse project is de combinatie van elektrische deelauto’s met thuisbatterijen. In het zogeheten People’s Power Plant-initiatief van The Sharing Group wordt deze hybride opslagstructuur getest. Installateurs die thuisbatterijen plaatsen, moeten rekening houden met netcongestie, stroomomkeer en synchronisatie met autoladers.
De software van Bliq stuurt op basis van algoritmes aan wanneer stroom uit een thuisbatterij, de EV of het net wordt gebruikt. Daarbij spelen parameters als pv-opbrengst, geschatte accubehoefte voor autoritten, en verwachte energieprijs een rol. Voor installatiebedrijven ontstaan hierdoor nieuwe combinatiemodellen: pv en/of thuisbatterij en/of laadpunt met V2G-functie.
Voor installatie-bedrijven betekent dit een nieuw tijdperk
Infrastructuur
Met de komst van V2G wordt ook het ontwerp van de openbare en private laadinfrastructuur niet alleen technisch interessanter, maar dus tevens complexer. Bij bidirectioneel laden is niet alleen de laadsnelheid relevant, maar ook het totale vermogen dat teruggeleverd wordt aan het net. Dit heeft directe gevolgen voor de hoofdverdeelkasten, transformatoren en kabel-trajecten in woonwijken.
Netbeheerders en installateurs moeten bij nieuwbouwprojecten en wijkrenovaties rekening houden met grotere vermogensreserves en dynamische belastingsprofielen. Slimme verdeelinrichtingen, realtime monitoring en overbelastingbeveiliging worden steeds belangrijker. De netbeheerder (in dit geval dus Stedin) moet bovendien beschikken over zicht op de zogeheten ‘aggregated loads’ uit wijkbatterijen om black-outs te voorkomen. Deze geaggregeerde belasting geeft de totale hoeveelheid elektriciteit aan die door alle verbruikers in een bepaald gebied op een gegeven moment wordt gebruikt.
De gebruikte Renault 5 E-Tech electric-modellen zijn uitgerust met een Mobilize V2G-module die het ISO 15118-protocol (plug & charge) ondersteunt.
Hoewel regulering formeel buiten het domein van de installateur valt, beïnvloedt het wel de technische uitvoering. Zonder duidelijke richtlijnen over netheffingen, terugleververgoeding en certificering is de businesscase van V2G wankel. Dat remt investeringen in infrastructuur.
De installatiebranche krijgt te maken met certificeringseisen voor bidirectionele laadsystemen (CE, EMC, Nen 1010, Nen 3140) en mogelijk ook met eisen rond cybersecurity en dataverwerking. Daarnaast zijn bij grotere installaties mogelijk Scios Scope-certificeringen of installatierapporten nodig.
Opschaling
Volgens MyWheels is het uiteindelijke doel om V2G-auto’s te integreren in steden als Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven. In Utrecht worden straks 500 voertuigen ingezet, wat betekent dat er ook honderden laadpunten, dataverbindingen en EMS-integraties nodig zijn. Voor installatiebedrijven is dit daarom een interessant moment om zich te positioneren als specialist in V2G-infrastructuur, met competenties in laadtechniek, energiemanagement en netintegratie.
Ook biedt deze opschaling kansen voor samenwerking met vastgoedontwikkelaars. Bij nieuwe woonwijken kan V2G direct worden meegenomen in het energieontwerp: laadpleinen met bidirectionele palen, slimme meterkasten en directe koppeling met pv-systemen en batterijopslag.
Nieuw hoofdstuk
Het Utrechtse project is technisch vooruitstrevend in de zin dat het alle schakels – voertuig, laadinfrastructuur, netbeheer, software en gebruikers – koppelt in één operationeel ecosysteem. Voor installatiebedrijven betekent dit een nieuw tijdperk waarin energie-infrastructuur en mobiliteitsoplossingen samensmelten.
Om voorbereid te zijn op deze markttransformatie, is het cruciaal om te investeren in opleiding, kennisdeling en certificering rondom V2G, slimme laadinfrastructuur en energiemanagementsystemen. Installateurs die deze stap zetten, spelen een sleutelrol in het volgende hoofdstuk van de energietransitie – en dat begint lokaal, met projecten zoals in Utrecht.